OHASHI, een mini-overpeinzing.
 

Als oprechte amateur waag ik me aan een onderwerp, dat ik slechts uit eigen ervaring ken.

Al jarenlang vraag ik mezelf af, hoe eetstokjes ontstaan kunnen zijn.

Het Nederlandse word ‘eetstokje’ is duidelijk genoeg. Maar wat betekent het Engelse woord ‘chopstick’ eigenlijk ? Een ‘chophouse’ is een goedkoop restaurant. Een ‘chop’ is ook een karbonade. Het Engels ken teen uitdrukking: “to lick one’s chops” [bakkebaarden]. ‘Chop’ / ‘cut’ / ‘hack’ / ‘hew’ en ‘mince’ bevinden zich in het zelfde rijtje in mijn woordenboek. Wie iets meer weet late dat weten, alstublieft.

De overeenkomst in termen van funktie met een vork is, dat de vingers schoon blijven en zich niet kunnen bezeren door voedsel of schotels met een hoge temperatuur aan te raken. Met zowel een vork als eetstokjes kan men iets verder reiken, ook. Voor het overige gaat de vork, gaan vorken,  -want er zijn er talloze-  volkomen hun eigen weg.

Bij de vork dringt zich de vergelijking op met zijn veel grotere broer, die dient om hooi dan wel stro, stront en grond op te scheppen en weer ergens anders in te deponeren. Metaal is vanzelfsprekend bij een vork; een handvat van een ander, isolerend en dekoratief material ook. Behalve scheppen kun je ook prikken en spiesen met een vork. In de christelijke, europeese kultuur werd de introduktie van de eetvork vergezeld van  een trouwhartig moralisatie en retoriek, immers de mensenvingers waren de perfekte ‘vork’ door God aan mensen gechonken. Ergo: het metalen ding was een belediging van de Allerhoogste.

Wij hadden laatst Japanners te eten. De echtgenote van een stel bekende fluisterend niet met mes en vork te kunnen omgaan.

Enkele weken geleden dacht ik onverwacht hashi zijn eigenlijk verlengde vingers, een praktisch en verdienstelijk eenvoudig concept.

Eetstokjes kunnen gemaakt worden van allerlei materiaal: bamboe, plastic, hout, been, ivoor, eventueel metaal. Het laatste is onpraktisch vanwege de snelle warmtegeleiding. Hashi zijn licht, makkelijk te reinigen en mee te nemen en kunnen persoonlijke karakteristieken dragen, zoals kleur, vorm, lengte, dikte materiaal, soort van bewerking en dekoraties. Je kunt er vrijwel alles mee eten: rijst, noedels, sushi, balletjes, maar er bijvoorbeeld ook gedroogde nori [zeewier] om rijst heenrollen. Voorwaarde is wel, dat voedsel zoals vlees en vis voorgesneden worden.

De term ‘eetstokjes’ negeert twee andere funkties, namelijk de veel langere en bijzonder praktische kookstokjes. Hout en bamboe geleiden de warmte nauwelijks. De derde funktie is die van een [voortreffelijk en levensgevaarlijk] wapen.

Enig etiquette-inzicht is snel verworven.

Ohashi liggen parallel aan de tafelrand, direct aan de voorkant, het dunnere gedeelte rustend op een steuntje. Met het dunnere gedeelte wordt ‘t voedsel ‘gepakt’ en naar de mond gebracht. Wanneer er uit een gemeenschappelijke schaal voedsel wordt genomen, wordt dat gedaan met de andere, dikkere kant, die nooit met de mond wordt beroerd.

Sommigen vinden dat weer niet de korrekte etiquette en verzorgen aparte ohashi bij een gemeenschappelijke schaal.

Nooit en tenimmer doen: stokjes [vertikaal] rechtop in een kom met rijst zetten ! ! De reden hiervoor is eenvoudig te verklaren. Zo’n vorm herinnert aan wierookstokjes, die bij de dood van iemand gebruikt worden.

De ‘raison d’etre’ voor ohashi is onomstreden voor mij en ik krijg steeds meer bewondering voor deze geniale, eeuwenoude vinding.

Kochi,  12 07 2007.